LES 7 Wie ben ik online?

Dit heb je geleerd aan het eind van deze les:

  • Je leert wie je online bent
  • Je gaat kijken hoe je omgaat met online veiligheid
  • Je gaat kijken of je profielen passen bij jou.
  • Je leert het maken van een video met voice-over

Uitleg opdracht:

Google je eigen naam en bekijk al je social media accounts en check wat je allemaal post.

          Insta

          Snapchat

          Tiktok

          Facebook

Geef vervolgens antwoord op de vraag; ben ik mijn account? Komen de posts overeen met wie jij bent in les 6? 

Vervolgens vergelijk je je account met onderstaande tips van veiliginternetten.nl. Hoe zit het met je privacy? Heb je alles open of dicht staan? Wie zijn je online vrienden? Wat zeg je wel? Wat zeg je niet? Vergelijk dit ook met wat je in les 1 in het werkboek opgeschreven hebt.

 

 

Maak in Word een kort verslag (ongeveer 300- 400 woorden) over wat je gevonden hebt. Sla het bestand op.

Tips van veiliginternetten.nl

  1. Vraag altijd toestemming aan degene die duidelijk en herkenbaar op je foto’s of video’s te zien is voordat je het materiaal doorstuurt naar anderen of op het internet verspreidt.
  2. Voeg ook niet ongevraagd mensen toe (taggen) aan foto’s en video’s.
  3. Staan er kinderen op je foto? Vraag dan aan de ouders of zij er bezwaar tegen hebben als je deze foto deelt op sociale media.
  4. Maak geen foto’s op locaties waar gevoelige gegevens opgeslagen kunnen zijn, zoals op je werk.
  5. Pas ook op met foto’s van mensen in kleedkamers, op uit de hand gelopen feestjes of in genante poses. Veel mensen stellen het niet op prijs als dit soort foto’s gemaakt en/of geplaatst worden.
  6. Vraagt iemand je om een foto van sociale media te verwijderen, doe dat dan, of snij de foto bij zodat die persoon er niet meer op staat. Want al vonden ze het eerst geen punt, later denken ze daar misschien anders over.
  7. Bescherm je online privacy
  8. Vraag of een ongewenste foto of video van jou op sociale media verwijderd kan worden. Dit kun je rechtstreeks vragen aan degene die het beeld van jou heeft geplaatst. In Facebook heb je de mogelijkheid om als je iets ziet wat je niet leuk vindt, een bericht te sturen aan de persoon die de inhoud heeft geplaatst* met de vraag het bericht te verwijderen.
  9. Pas op met foto’s waaruit kan worden afgeleid waar je bent, waar je woont of waar je werkt. Plaats dus geen foto’s waarop een straatnaambord, je huis, je werk of de school van je kinderen te zien is. Stuur dit soort foto’s ook niet naar mensen met wie je chat, maar die je niet persoonlijk kent.
  10. Schakel locatievoorzieningen uit. Sommige diensten, zoals Twitter en Instagram, bieden aan om automatisch een locatie aan je berichten toe te voegen. Schakel dit uit, zodat anderen niet kunnen zien waar je bent.
  11. Denk goed na voor je iets online zet. Vraag je af hoe je het zou vinden als bepaalde mensen (exen, ouders, leraren, collega’s, huidige of toekomstige werkgevers) de informatie te zien zouden krijgen. Informatie die je op internet plaatst kan immers door anderen worden opgeslagen en hergebruikt. En het is moeilijk om het weer helemaal van internet af te krijgen. Zelfs als je denkt dat je iets verwijderd hebt, kan het ergens anders plotseling opduiken.
  12. Houd rekening met de (online) privacy van anderen. Plaats niet zomaar foto’s of filmpjes van anderen op internet.
  13. Wees je ervan bewust dat anderen chatgesprekken kunnen opslaan.
  14. Accepteer niet zomaar iedereen op sociale netwerksites. Wees selectief in wie je wel en niet toelaat op je profiel. Laat alleen mensen toe die je persoonlijk kent. Laat je niet verleiden door het hebben van een zo’n lang mogelijke vriendenlijst. Niemand heeft 500 vrienden.
  15. Zorg ervoor dat je profielen op sociale media afgeschermd zijn. Op Facebook kun je de zichtbaarheid van je hele profiel instellen door in het menu aan de rechterkant van de homepage naar ‘Privacyinstellingen’ te gaan en dit op ‘Vrienden’ te zetten. Op Twitter kun je dit doen door te kiezen voor ‘Instellingen’ en ‘Mijn tweets afschermen’ aan te vinken.
  16. Gebruik online een bijnaam (nickname) of alleen je voornaam. Noem geen telefoonnummers, adressen, namen van scholen of bedrijven en andere herkenbare plekken waardoor mensen er achter kunnen komen wie je bent en waar je bent.
  17. Maak een anoniem e-mailadres aan. Dit kun je gebruiken als je je ergens moet registreren of als je een e-mailadres moet achterlaten om een reactie op een website te plaatsen.
  18. Wil je mensen die je online hebt leren kennen in het echt ontmoeten? Spreek af in een openbare gelegenheid, zoals een café. Sommige mensen doen zich op internet anders voor dan ze in het echt zijn.
  19. Wil je weten hoe degene met wie je chat eruit ziet? Gebruik dan een webcam. Het is meteen een goede manier om erachter te komen of degene met wie je chat ook echt is wie hij/zij zegt dat hij is.

Upload je opdracht (word-verslag) in Magister.